Autismehulp.be logo autismehulp.be
Kennisbank

Structuur

Tijdsblindheid: waarom 'nog 10 minuten' niet altijd klopt

"Ik dacht echt dat het vijf minuten was." Die zin hoor ik vaak, niet als excuus, maar als eerlijke beschrijving van wat er gebeurde. Tijd voelt voor sommige mensen niet aan als een lijn die gestaag verstrijkt, maar als iets dat er ineens wél of niet is.

Tijdsblindheid is geen kwestie van onverschilligheid of slecht plannen. Het is een verschil in hoe tijd zelf wordt aangevoeld: hoelang iets duurt, hoeveel er nog "over" is, en hoe dichtbij een deadline eigenlijk is. Voor wie dat lastig inschat, is "nog 10 minuten" geen vaste waarde, maar een vage indruk die evengoed twee als twintig minuten kan blijken.

Twee vormen van hetzelfde probleem

Tijdsblindheid uit zich meestal op twee manieren. De eerste: onderschatten hoelang iets duurt, waardoor je te laat vertrekt of een taak te laat begint. De tweede, minstens zo vaak voorkomend: zo opgaan in iets dat je niet merkt hoeveel tijd er al voorbij is, ook wel hyperfocus genoemd. Beide komen voort uit dezelfde kern: tijd geeft intern geen duidelijk signaal.

Waarom klokkijken niet altijd genoeg is

Het probleem zit zelden bij het aflezen van een klok. Het zit bij het vertálen van die klok naar een gevoel: "over een uur" blijft abstract tot het uur er bijna is. Daardoor voelt een deadline vaak pas écht dringend op het allerlaatste moment. Niet omdat er niet aan gedacht werd, maar omdat het besef pas dan echt doordringt.

Wat dat met plannen doet

Een planning maken veronderstelt dat je tijdsblokken kan inschatten en tegen elkaar kan afwegen. Wanneer tijd zelf moeilijk te grijpen is, wordt elke planning een schatting die makkelijk misloopt. De wil ontbreekt niet, maar het referentiepunt zelf voelt onbetrouwbaar aan.

Uit een systematische review naar tijdsperceptie bij autisme bleek dat er weliswaar geen eenduidig, universeel patroon is, maar dat tijdsverwerking bij een deel van de autistische populatie wel vaker een uitdaging vormt.1 Ander onderzoek bij autistische kinderen wijst erop dat de basisvaardigheden voor tijdsperceptie wel degelijk aanwezig zijn, maar dat het gebruiken ervan in de praktijk (bv. om een duur correct in te schatten) net de moeilijkheid vormt.2

Wat helpt

  • Tijd zichtbaar maken in plaats van alleen aflezen: een timer die aftelt, of een klok die de resterende tijd toont als een krimpend vlak.
  • Vaste buffers inplannen vóór afspraken, in plaats van precies op tijd te mikken.
  • Grote taken opdelen in kortere, tijdsgebonden stukken, zodat "hoelang nog" minder hoeft ingeschat te worden.

Tijdsblindheid gaat niet weg door harder je best te doen om op de klok te letten. Het wordt hanteerbaar wanneer tijd zelf zichtbaar en voelbaar wordt gemaakt, in plaats van iets dat je alleen in je hoofd moet bijhouden.

Hier kan begeleiding bij helpen

Herken je dit? Deze begeleiding sluit hier vaak goed op aan.

Herken je jezelf in dit verhaal?

Een eerste gesprek is vrijblijvend. Geen wachtlijst, geen verplicht vervolgtraject.