Intimiteit
Waarom nabijheid wél gewenst is, ook als het lichaam anders reageert
Het idee dat autistische mensen geen behoefte hebben aan intimiteit is een hardnekkig misverstand. De behoefte is er vaak wel degelijk. Wat vaak ontbreekt, is een omgeving en een taal waarin die behoefte veilig vorm kan krijgen.
Intimiteit wordt soms behandeld als iets dat voor autistische volwassenen "moeilijker" of "minder belangrijk" zou zijn. Onderzoek wijst op iets anders: het verlangen naar nabijheid, aanraking en een intieme relatie is bij autistische volwassenen even aanwezig als bij niet-autistische volwassenen. Het verschil zit niet in het verlangen, maar in wat er nodig is om dat verlangen veilig te kunnen uiten en beantwoorden.
Wanneer het lichaam anders reageert op aanraking
Dezelfde sensorische verwerking die overprikkeling veroorzaakt bij geluid of licht, speelt ook mee bij aanraking. Een streling die voor de één ontspannend is, kan voor iemand anders schuren, kriebelen, of net te veel voelen. Dat heeft niets te maken met de intentie van de partner of met hoeveel iemand van de ander houdt. Het is een verschil in hoe het zenuwstelsel prikkels binnenkrijgt en verwerkt, ook tijdens intieme momenten.
Impliciete signalen die hier het zwaarst wegen
Nergens in het sociale leven wordt zoveel verwacht via impliciete signalen als in intimiteit: een blik, een verandering in ademhaling, een subtiele lichaamshouding die "verder" of "stop" betekent. Voor wie moeite heeft met het lezen van impliciete signalen, is dat precies het domein waar de inzet het hoogst is en de aanwijzingen het vaagst zijn. Dat verklaart waarom onzekerheid over wat de ander wil, en over hoe je je eigen wensen duidelijk maakt, hier vaker een drempel vormt dan elders.
Maskeren laat je hier het meest kwetsbaar achter
Buiten de slaapkamer kan maskeren nog een sociale functie hebben. In een intieme context werkt het averechts: net op het moment waarop echtheid en overgave het meest gevraagd worden, kost het voortdurend bijsturen van je gedrag net de energie en aandacht die nodig zijn om aanwezig te blijven. Ontmaskerd durven zijn bij een partner die dat opvangt, is dan ook geen bijzaak, maar een kernvoorwaarde voor intimiteit die niet uitput.
Kwalitatief onderzoek dat fysieke intimiteit en romantische relaties van autistische en niet-autistische volwassenen vergelijkt, vond dat communicatie, gedeelde interesses, respect en veiligheid voor beide groepen bevorderend werken, terwijl onzekerheid over de relatie en over communicatie specifiek voor autistische volwassenen als drempel naar voren kwam.1 Onderzoek bij 141 volwassenen met autisme vond dat wie in een romantische relatie zit, meer affectieve en seksuele activiteit rapporteert, samen met meer seksuele assertiviteit en tevredenheid.2
Wat helpt
- Sensorische voorkeuren expliciet bespreken, in plaats van erop te vertrouwen dat het "vanzelf" duidelijk wordt.
- Woorden gebruiken waar anders een blik of gebaar volstaat, ook al voelt dat in het begin onwennig.
- Een partner die vragen stelt in plaats van veronderstellingen te maken.
Intimiteit die werkt, is geen kwestie van jezelf dwingen tot wat "normaal" hoort te voelen. Het is een relatie vinden waarin je hardop mag zeggen wat wél en niet werkt, en waarin dat gehoord wordt als informatie, niet als afwijzing.
Op zoek naar het juiste woord? De gevoelswoordenlijst helpt je onder woorden brengen wat wel en niet werkt, samen met je partner. Bekijk de gevoelswoordenlijst →
Hier kan begeleiding bij helpen
Herken je dit? Individuele coaching sluit hier vaak goed op aan.
Meer over individuele coachingHerken je jezelf in dit verhaal?
Een eerste gesprek is vrijblijvend. Geen wachtlijst, geen verplicht vervolgtraject.