Overprikkeling
Waarom overprikkeling zich vaak pas meldt als het al te laat is
"Het was toch een rustige dag" is een zin die ik vaak hoor, vlak voordat iemand vertelt dat ze 's avonds volledig instortten. Overprikkeling is niet altijd een lawaaierige supermarkt of een drukke trein. Vaak is het een optelsom die je pas voelt als de rekening al binnen is.
Overprikkeling wordt vaak voorgesteld als iets wat je meteen voelt: te veel geluid, te veel licht, te veel mensen. Dat is één vorm. Maar bij veel volwassenen met autisme stapelt overprikkeling zich juist geruisloos op, over uren of dagen, tot het systeem vol is en er iets breekt: een huilbui, een shutdown, plotse uitputting, of onverwacht scherpe prikkelbaarheid.
Een herkenbaar moment
Iemand beschreef het ooit zo: "Ik voelde me prima tot ik thuiskwam, en toen kon ik letterlijk niets meer. Niet praten, niet beslissen wat ik zou eten, niets." Er was die dag niets bijzonders gebeurd. Een gewone werkdag, een gesprek met een collega, wat achtergrondgeluid, een onverwachte wijziging in de planning. Op zich klein. Samen te veel.
Wat er onder de motorkap gebeurt
Een zenuwstelsel dat prikkels anders verwerkt, filtert minder automatisch. Waar de meeste mensen onbewust een groot deel van de omgevingsprikkels wegfilteren, komt bij veel autistische mensen meer van die informatie bewust binnen: geluiden, licht, geuren, sociale signalen, kleine veranderingen. Dat kost voortdurend verwerkingscapaciteit, ook als je het zelf niet merkt terwijl het gebeurt.
Daar komt vaak nog iets bij: maskeren. Het onbewust bijsturen van gedrag om "normaal" over te komen, oogcontact forceren, reacties onderdrukken, sociale scripts volgen. Dat kost extra energie bovenop de prikkelverwerking zelf. Twee onzichtbare processen tegelijk, de hele dag door.
Niet "ik ben zwak", maar "mijn systeem was al vol"
De conclusie die mensen vaak trekken is: "ik kan niet tegen een stootje". Dat is niet wat er gebeurt. Er gebeurt geen zwakte, er gebeurt een optelling. Het systeem raakte vol, niet doordat er iets mis is met de persoon, maar doordat er meer binnenkwam dan er verwerkt kon worden. Dat is een capaciteitsvraag, geen karaktervraag.
Onderzoek bevestigt dat deze sensorische verwerkingsverschillen niet vanzelf "uitgroeien", maar blijven bestaan tot op volwassen leeftijd.1 Een meta-analyse van 55 studies met meer dan 4.600 deelnemers vond bovendien duidelijke verschillen in sensorische overresponsiviteit, onderresponsiviteit en sensorisch zoekgedrag — met vooral overresponsiviteit sterk op de voorgrond.2
Wat helpt
- Prikkels vroeger herkennen, vóór het systeem al vol zit, in plaats van pas bij de shutdown.
- Herstelmomenten vooraf inplannen, niet pas als reactie achteraf.
- Lichaamswerk dat het zenuwstelsel zelf tot rust brengt, naast praten en analyseren.
Overprikkeling gaat niet vanzelf weg door harder je best te doen. Het wordt hanteerbaar wanneer je de optelsom vroeger leert zien, en wanneer je lichaam de kans krijgt om echt tot rust te komen, niet alleen je hoofd.
Op zoek naar het juiste woord? De gevoelswoordenlijst helpt je onder woorden brengen wat je merkt, nog vóór het systeem overloopt. Bekijk de gevoelswoordenlijst →
Hier kan begeleiding bij helpen
Herken je dit? Deze begeleiding sluit hier vaak goed op aan.
Meer in dit thema
Herken je jezelf in dit verhaal?
Een eerste gesprek is vrijblijvend. Geen wachtlijst, geen verplicht vervolgtraject.